02.1 ALGEMEEN

 

 

DE GROTE SCHEIDSRECHTER QUIZ

Iedereen zat in spanning te wachten op de uitslag van de
scheidsrechters quiz. Hieronder de antwoorden met daarbij
de uitleg.

Vraag 13 kun je niet fout hebben. Omdat in de spelregels
staat dat een time-out één minuut duurt en deze eigenlijk
50 seconden lang is, hebben we deze vraag niet meegeteld.

1.
Het tellen van de drie seconden vangt aan, op het moment dat de bal de eerste speler op het speelveld raakt en er een ploeggenoot in de bucket staat.
Fout, want het tellen begint pas wanneer de bal op de aanvalshelft is.
2.
Bij de sprongbal tikt één van de springers de bal naar een  ploeggenoot die met één voet op de aanvalshelft staat en met één voet op de verdedigingshelft. De acht-secondenregel is hier niet van toepassing.
Goed, want de bal is via die ploeggenoot al in aanraking met de aanvalshelft. Je kunt dus geen acht-secondenovertreding meer maken.
3.
De uit- en thuisspelende ploeg verschijnen beide in het wit. De thuisspelende ploeg moet in reservetenue spelen.
Fout, de bezoekers moet in het reservetenue.
4.
Het is de assistent-coach altijd toegestaan een time-out aan te vragen bij de tafel.
Fout, alleen de coach mag staan tijdens de wedstrijd en dus een time-out aanvragen. De assistent-coach of scout mag wel naar de stand of fouten van spelers vragen, zij dit op een vriendelijke manier gebeurt en in een dood spelmoment.
5.
De driepuntslijn behoort bij het driepuntsgebied.
Fout, want als je op de lijn staat, telt het schot gewoon voor twee punten.
6.
De scheidsrechter fluit voor lopen in de laatste twee minuten van de wedstrijd en we krijgen een time-out. Omdat de overtreding plaats vond in het drie-secondengebied, wordt de bal uitgenomen op de achterlijn.
Fout, als je een time-out in de laatste twee minuten van het vierde kwart of een verlenging hebt gehad, nemen we de bal in ter hoogte van de middenlijn.
7.
Vervangers die van de bank opstaan om de scheidsrechters te helpen twee vechtende spelers te scheiden worden gediskwalificeerd.
Goed, dit noemen we “vechten”. Een coach mag dit wel, maar als het niet lukt moet ook hij worden gediskwalificeerd.
8.
De 24-secondenklok wordt gereset wanneer een verdediger kans heeft gezien de bal uit te tikken.
Fout, de aanvallende ploeg krijgt de bal opnieuw, dus geen nieuwe 24-seconden.
9.
Een speler ontvangt de bal terwijl hij stilstaat. Zijn rechtervoet staat voor zijn linker. De rechtervoet is daarmee pivotvoet.
Fout, als hij met beide voeten op de grond staat mag hij kiezen wat zijn pivotvoet wordt.
10.
Een legaal verdedigende speler is nooit verantwoordelijk voor contact tussen twee spelers.
Goed, als je legaal staat de verdedigen maakt de aanvaller altijd de fout. Let op, legaal is niet hetzelfde als stilstaan. Ook knieën en armen uitsteken is verboden.
11.
De thuisspelende ploeg heeft keuze van bank en basket.
Fout, de thuisspelende ploeg speelt altijd naar links in zit ook links. Beide gezien vanaf de jurytafel.
12.
Een technische fout van een speler is twee maal en zijkant tegenpartij.
Goed. Alle technische fouten zijn twee maal en zijkant.
13.
Een belaste time-out duurt één minuut.
Goed/Fout. De tafel geeft bij 50 sec. een signaal om duidelijk te maken dat de tijd om is.
14.
Ploeg A bestaat alleen nog maar uit spelers A5 en A10. De rest heeft vijf fouten of is gediswalificeerd. Speler A5 krijgt ook zijn vijfde fout. De scheidsrechter moet affluiten en de 0-20 voor ploeg B op het sheet zetten.
Fout. We noemen dit een verloren verklaarde wedstrijd. Wanneer ploeg B voor staat op dit moment, blijft de stand staan. Wanneer ploeg A winnende was, dan wordt het 0-2 voor B.
15.
Ploeg A is in de aanval, maar bevindt zich nog op de verdedigingshelft. Ploeg B tikt de bal uit. De acht-secondenregel wordt opnieuw geteld.
Fout, de acht-secondenregel gaat niet opnieuw. Snel naar de aanvalshelft passen dus.
16.
Een geblesseerde speler moet binnen vijftien seconden weer kunnen spelen, anders moet hij vervangen worden.
Goed. Wanneer een blessure langer dan 15 seconden duurt moet hij wisselen.
17.
In de verlenging blijven de ploegfouten van het vierde kwart staan.
Goed. Bij de eerste fout in de verlenging kunnen we dus direct twee maal krijgen.
18.
Na een doelpoging van ploeg A heeft speler B5 de rebound en dribbelt weg. De 24-secondenklok gaat per ongeluk af. B5 blijft in balbezit. Het signaal wordt genegeerd en we gaan dus gewoon verder met het spel.
Goed, negeer het signaal en roep eventueel als scheidsrechter “Doorgaan!”. De tafel reset snel de schotklok. Wanneer B5 hiervan toch hinder heeft, dan fluit je wel af.
19.
Coach B krijgt een technische fout. Deze telt niet mee voor de ploegfouten.
Goed. Niet meetellen dus.
20.
De waarde van een driepuntspoging verandert, nadat de bal de ring geraakt heeft en een verdediger deze per ongeluk in zijn eigen basket tikt.
Goed, dan is het twee punten. Let op; een eigen doelpunt van ploeg B wordt op naam van de aanvoerder van ploeg A gezet.
21.
Scheidsrechters lopen over het algemeen van de eindlijn op de ene helft van het speelveld tot aan de driepuntslijn op de andere helft van het speelveld.
Goed, dat is omdat je dan het meeste ziet en in verhouding allebei evenveel loopt. Wissel regelmatig (na een fout of time-out) van kant.
22.
Beide teams staan klaar voor de inworp ter begin van het tweede kwart. Nog voor de bal vrij gegeven is, maakt speler A1 een fout op B7. Dit is een onsportieve fout.
Goed. Hier is het onmogelijk om de bal te spelen, want deze is nog niet vrij gegeven. Daarom altijd voor onsportief fluiten.